Teksten by Lou | Barendsestraat 7 | 2012 VM Haarlem | info@teksten-bylou.com | +31 618137078

Waarom de kraamweek zo leuk is

Als ik een week moet aanwijzen waarin geluk de boventoon voerde, dan staat met stip op nummer één mijn kraamweek. Nu kan ik me voorstellen dat je er anders over denkt als je te maken hebt met tepelkloven, kraamtranen en ontstoken hechtingen, maar als dat niet het geval is en alles van een leien dakje gaat is het puur genieten. 

 

Allereerst is er blijdschap. Blijdschap omdat je eindelijk je mini-me in je armen kunt houden, maar ook omdat de bevalling waar je al weken tegenop zag achter de rug is. Want laten we eerlijk zijn: ook al verloopt een bevalling goed, een pretje is het niet. De gedachte dat je het klusje toch maar mooi hebt geklaard, is dan ook zeer bevredigend. 

 

Daarnaast word je ongelooflijk in de watten gelegd door vriendlief (na het zien van de bevalling ben je namelijk ontzettend in zijn aanzien gestegen. Dit wordt na verloop van tijd helaas weer minder). Zo werd ik elke morgen gewekt door het geluid van de citruspers en de geur van broodjes uit de oven. En natuurlijk hoefde ik mijn bed niet uit en werd alles in de slaapkamer geserveerd. Kijk, daar kun je best aan wennen.

 

Verder is alles speciaal die eerste week: de eerste keer dat je een luier verschoont, de eerste keer dat je je baby in bad doet, de eerste keer dat je gaat wandelen. Zoveel eerste keren beleef je niet vaak. En alle activiteiten zijn even leuk (ja, zelfs die poepluier verschonen). Ik hoor me nog zeggen: “zou er iemand op dit moment gelukkiger zijn dan wij?”

 

En dan is er natuurlijk nog het kraambezoek. Familie en vrienden kijken vol vertedering naar jouw baby waardoor je je zo trots voelt als een pauw. Ja lieve mensen, deze buitengewoon mooie (en slimme, dat zie je toch meteen?) baby heb ik mooi op de wereld gezet. 

 

Ook het onwerkelijke maakt de kraamweek zo speciaal. Elke ochtend als ik wakker werd, kon ik weer vol ongeloof naar het kleine wezentje naast me kijken. Na maanden fantaseren, lag ze daar gewoon. Míjn dochter. Hoe bizar?!

 

Natuurlijk is het feit dat je weer alles mag eten eveneens reden voor een klein vreugdedansje. Rosbief, zachtgekookte eitjes, parmaham… jammie! Toen mijn vriend thuiskwam met een citroen meringue gebakje (misschien een beetje overdreven, maar die at ik niet vanwege opgeklopt eiwit) kon mijn dag niet meer stuk.

 

Tot slot is je baby de eerste week over het algemeen superrelaxt. Als in: veel slapen en weinig huilen. Ik weet nog dat ik dacht: hier kan ik er wel tien van hebben! Daar ben ik overigens op teruggekomen toen in week vier de krampjes begonnen. Reden te meer om in de kraamweek nog even lekker onbekommerd op je roze wolk te zitten.

terug

Hokjes

Ik zat in de trein van Leiden naar Haarlem en voelde hoe de ogen van de man tegenover me onophoudelijk op me waren gericht. Subtiel ging ik met mijn hand langs mijn mond om eventuele sporen van het tripple chocolate cookie dat ik even daarvoor had verorberd weg te vegen. Maar hij wendde zijn blik niet af, dus dat kon het niet zijn. Ik besloot de man te negeren en me zo goed als het kon op de Loes den Hollander op mijn schoot te richten. Na een paar ongemakkelijke minuten, kon de man zijn nieuwsgierigheid schijnbaar niet meer bedwingen. “Mag ik vragen waar je vandaan komt?”

 

Deze vraag verwart mij altijd. Niet omdat ik geen antwoord wil geven – ik beschouw dergelijke vragen niet als inbreuk op mijn privacy- maar wel omdat ik niet zo goed weet wát ik moet zeggen. Mijn eerste ingeving is eigenlijk “Haarlem”. Door de jaren heen ben ik er echter achter gekomen dat mensen meestal niet doelen op mijn woonplaats, maar op mijn afkomst. Ik besloot daarom maar om voor mijn standaard riedeltje te gaan waarin ik vertel dat mijn vader Arubaans is en mijn moeder Nederlands. Blij dat hij nu wist waar mijn grote bos haar vandaan kwam – aldus de man – glimlachte hij de rest van de reis schaapachtig naar me.

 

Zelf ben ik eigenlijk niet zo bezig met mijn afkomst. Als ik een ruimte binnenkom, scan ik niet meteen het publiek om de verhouding ‘donker-blank’ vast te stellen. En als ik ’s ochtends in de spiegel kijk, loop ik niet over van trots vanwege mijn roots. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het leuk dat ik Nederlands én Arubaans bloed heb en zou niet anders willen, maar trots vind ik een raar woord in deze context. Trots kun je zijn op hoe je in het leven staat of op de dingen die je hebt bereikt. Ongeacht je afkomst.

 

Laatst was ik op een verjaardag en vertelde een meisje (toevallig ook half Arubaans) dat ze zich op haar vorige werk niet thuis voelde omdat ze de enige ‘allochtoon’ was. Daar kan ik me niets bij voorstellen. Op mijn werk is het nou ook niet bepaald een multicultureel walhalla, maar ongemakkelijk voel ik mij geen moment. En daar ben ik blij om. Het lijkt me verschrikkelijk om je 24/7 bezig te houden met huidskleur en je een vreemde eend in de bijt te voelen. Dat je er ‘anders’ uitziet, betekent toch niet dat je niet dezelfde interesses kunt hebben?

Toch stoppen mensen elkaar nog steeds graag in raciale hokjes – en natuurlijk, ik ben ook geen heilige. Maar waar ik me vooral over verbaas is dat mensen ook zichzélf in een hokje stoppen en hun gehele identiteit ontlenen aan hun afkomst. Zonde. Ik zie mezelf niet als blank of donker. Evenmin ga ik gebukt onder een identiteitscrisis door mijn gemengde achtergrond. Ik ben gewoon Malou. En wat mij ‘mij’ maakt heeft maar weinig te maken met mijn etniciteit.

terug

Doe mij maar een zwangerschap

Verslaafd aan zwanger zijn. Vroeger kon ik me daar niets bij voorstellen. Ik bedoel: je lichaam dat uitdijt, vervelende kwaaltjes en - dat leek me het allerergst - de wetenschap dat de baby er op een gegeven moment uit moet. Nu ik het zelf heb meegemaakt, snap ik vrouwen die telkens naar een baby in hun buik verlangen wel. Het is namelijk écht heel leuk om zwanger te zijn. En dit is waarom.

 

1. Excuus om niet te sporten

Ik wist niet hoe snel ik moest stoppen met pilates, want stel dat ik mijn rechte buikspieren te veel zou trainen. Het is nog een fractie van een seconde door m’n hoofd gegaan om me in te schrijven voor Mom in balance, maar het idee om met mijn zwangere buik rondjes te rennen in het park vond ik niet heel aantrekkelijk. Omdat ik wel íets wilde doen, ging ik op zwangerschapsyoga. Gelukkig was dat meer ontspanning dan inspanning. 

 

2. Nieuwe vriendschappen

Om vriendinnen zat ik niet verlegen. Integendeel. Toch was ik blij dat ik op zwangerschapsyoga een paar andere ‘mama’s in spe’ leerde kennen met wie ik uren kon leuteren over wel of geen speen, een wieg of co-sleeper en andere grote levensvragen. Inmiddels praten we allang niet meer alleen over ‘moederdingen’ en zijn het echt vriendinnen geworden. Vriendinnen die ik niet had gehad zonder mijn zwangerschap.  

 

3. Non-stop koffieleuten

Niets kan me blijer maken dan een goede latte. Zo eentje met een hartje in de melk. Je begrijpt dat mijn verlof één groot feest was; opeens had ik alle tijd van de wereld om met jan en alleman (cafeïnevrije) koffie te drinken. En dat stukje taart? Daar zei ik ook geen nee tegen. Die buik zat er toch al.

 

4. Iedereen is galant

Zeggen mensen op straat normaal gesproken geen boe of bah tegen je; wanneer je zwanger bent vragen wildvreemden hoe het met je gaat. Maar dat is niet het enige: je mag voor in de rij, mensen houden de deur voor je open en de inhoud van je boodschappenmandje wordt door de persoon achter je op de band gelegd. Sommige vrouwen vinden dit misschien betuttelend, maar ik kon er best aan wennen.

 

5. Voorpret, voorpret en nog eens voorpret

Fantaseren over hoe je baby’tje eruitziet, voelt en ruikt is natuurlijk het leukste wat er is. Maar ook het kamertje inrichten, namen bedenken, het geboortekaartje ontwerpen… Zelfs het strijken van die immens grote stapel priegelige kleertjes deed ik met een glimlach op m’n gezicht. De gedachte dat mijn dochtertje over een paar weken in die überleuke pakjes zou liggen, maakte me zó blij.

 

6. Pronken met je decolleté

Dat je lichaam uitdijt, is een feit. Het goede nieuws is dat je ook op gewenste plekken voller wordt. Voor het eerst in mijn leven kon ik pronken met een mooi decolleté. Toegegeven, het was van korte duur maar leuk was het wel. 

 

7. In de watten gelegd

Mijn vriend is sowieso niet te beroerd om iets voor me te doen, maar tijdens mijn zwangerschap werd ik helemaal in de watten gelegd. Had ik geen boodschappen gedaan, ook al was ik de hele dag vrij geweest? Dan reed hij na een lange werkdag zonder morren langs de supermarkt om vervolgens een maaltijd in elkaar te flansen.

 

Dat een tweede zwangerschap heel anders zal zijn, besef ik maar al te goed. Je loopt dan niet alleen met een dikke buik rond, maar ook met een (jengelende) peuter of kleuter aan je been. Dat maakt cocoonen in koffietentjes of tutten in de babykamer een stuk lastiger. Toch hoop ik het nog een keer mee te mogen maken, al is het alleen al voor het resultaat. Want dat is natuurlijk het állerleukst aan zwanger zijn.

terug

Je suis mama

Met mijn handen streelde ik mijn bolle buik. Hoe zou ik het er vanaf gaan brengen als moeder? Eén ding wist ik zeker: ik zou nooit, maar dan ook nooit, zo’n verschrikkelijke ‘moeder-moeder’ worden. Inmiddels is Olivia (opeens dé naam van 2016, zul je altijd zien) vier maanden oud en moet ik bekennen dat ik verdacht veel ‘moeke-trekjes’ vertoon. Mijn zondes op een rij.

 

#1 Identiteitscrisis

“Mama is zo ontzettend trots op jou! Ja… Jaaaa” (dat laatste hoog kirrend). Yep, ik praat opeens over mezelf in de derde persoon. Ik kan er niets aan doen, het gaat vanzelf. Echt.

 

#2 Dat zaakje stinkt

Moeders die te pas en onpas aan de billen van hun kroost snuffelen. Ik vond het altijd iets smerigs hebben. Maar blijkbaar doen hormonen gekke dingen met je, want minimaal eenmaal per dag gaat mijn neus richting Olivia’s baby dry-gepamperde billetjes. En - nog erger - als het raak is, ben ik trots (“Heb jij een lekker poepie gedaan?”).

 

#3 Mommy talk

“Hoe vaak komt ze?” het is zo’n beetje de meestgestelde vraag onder nieuwbakken moeders. Voor de niet-moeders onder ons: dit is mama-slang voor: hoe vaak wordt ze ’s nachts wakker om te drinken. Tja ik weet ’t: waarom niet gewoon zeggen wat je bedoelt? Maar ook hier kan ik maar één ding op zeggen: guilty. 

 

#4 Too much information

Persoonlijke zaken deel ik normaal gesproken echt niet met Jan en alleman. Toch kan ik er op de een of andere manier geen genoeg van krijgen: mijn bevallingsverhaal. Dus je bent gewaarschuwd: vraag niet naar m’n bevalling, want dan krijg je het tot in detail (lees: centimeter voor centimeter) te horen.

 

#5 Smile!

De afgelopen vier maanden heb ik wekelijks een andere profielfoto op WhatsApp. En nee, dat is niet omdat ik de donkere kringen onder mijn ogen zo graag wil showen. Integendeel. Van het delen van de gezichtsuitdrukkingen van Olivia krijg ik echter geen genoeg. Ik bedoel: iedereen moet toch weten dat ik de leukste baby ever heb?

 

#6 Nipplegate

Trok ik voorheen licht beschamend mijn bikinitopje recht als er door een wilde golf een stukje tepelhof ontbloot dreigde te worden, tegenwoordig plop ik m’n tepels zonder blikken of blozen uit mijn voedings-bh. Of dat nou op een terras is, op een parkeerplaats of op de bank naast m’n schoonvader. Tja wat kan ik zeggen; na een bevalling ben je alle schaamte voorbij.

 

Het moge duidelijk zijn - ik ben niet ‘die toffe chick die een kind heeft gebaard maar zich verder nog zo lekker normaal gedraagt’. Je suis mama. Maar laten we eerlijk zijn: wie wil er nou geen ‘moeder-moeder’ zijn van dit prachtige prinsesje?

terug

Verslaafd

Mijn naam is Malou en ik ben verslaafd. Zo. Dat is eruit. Het begon allemaal zo’n anderhalf jaar geleden. De huizenprijzen waren laag en mijn vriend en ik besloten om ons eens te oriënteren op de huizenmarkt. Al snel maakte ik kennis met funda en ging er een wereld voor me open. Pagina’s vol woningen die stuk voor stuk van ons konden worden. Van oude panden tot strakke nieuwbouw, van kant-en-klare huizen tot grote klusprojecten; het zat er allemaal tussen. Voordat ik er erg in had, zat ik avond na avond met mijn laptop op schoot.

Heerlijk vond ik het om elke vierkante meter van een huis te inspecteren en te bedenken hoe wij alles zouden inrichten. Of hoe mijn vriend met een ‘kleine’ investering van zijn vrije uren een kluswoning zou kunnen omtoveren tot een paleis. De funda-app op mijn telefoon werd mijn nieuwe beste vriend – zo ging ook buitenshuis geen gevel aan mij voorbij – en bij het ontvangen van het nieuwe woonaanbod in mijn mailbox maakte mijn hart een sprongetje. Al die uren op funda zorgden er (helaas) ook voor dat we onze huidige woning snel vonden. Natuurlijk was ik blij toen de deal rond was, maar ergens baalde ik ook. Funda zou niet langer onderdeel uitmaken van mijn dagelijks leven.

Inmiddels is het ruim een jaar later en bekijk ik nog steeds trouw het nieuwe woonaanbod. En als iemand zegt op zoek te zijn naar een huis voel ik de adrenaline door mijn aderen stromen. Want dat betekent dat ik een legitiem excuus heb om funda van voor tot achter uit te pluizen. Tja, het platform zit dieper in mijn systeem dan ik dacht. Nu het nieuwe jaar is aangebroken, vind ik het echter een mooi moment om afscheid te nemen van mijn verslaving. Dus bij dezen. Dag funda. Met je mooie oranje kleur. Je vele zoektermen. Je 3D-plattegronden. Ik ga je missen.

terug

6 moeders waar ik ontzettend veel respect voor heb sinds ik zelf moeder ben

Natuurlijk wist ik wel dat het moederschap geen appeltje-eitje is. Toch is het lastig om je er vooraf een voorstelling van te maken. Nu ik zelf moeder ben, realiseer ik me pas echt wat er allemaal bij komt kijken. De volgende moeders verdienen wat mij betreft dan ook een pluim.

1. M’n eigen moeder

Ineens kijk je met heel andere ogen naar je moeder. Want wauw, een kind is best intensief. En hoe diep je ook in je geheugen graaft, je kunt je niet herinneren dat ze ooit aan het klagen was.

 

2. Thuisblijfmoeders

Er wordt soms denigrerend gedaan over thuisblijfmoeders, maar jeetje wat een engelengeduld moet je hebben om zeven dagen per week, 24 uur per dag je kind(eren) te verzorgen en entertainen.

 

3. Moeders met een baan

Fris een fruitig op je werk verschijnen, terwijl je kind nog steeds twee tot drie keer per nacht voor een voeding komt. En dan ook nog eens goed werk leveren. Petje af!

 

4. Moeders die met hun kroost het vliegtuig pakken

Ergerde ik me voorheen nog weleens aan moeders met krijsende baby’s in het vliegtuig, tegenwoordig ben ik onder de indruk. Mij breekt het zweet al uit als ik in de rij bij de Appie sta en m’n baby een keel opzet.

 

5. Moeders die hun huis op orde hebben

Toegegeven, een huisvrouw ben ik nooit geweest. Maar sinds ik een baby heb, is het helemaal huilen met de pet op. Ik kom er simpelweg niet aan toe. En is er wel even rust in de tent dan ga ik toch echt liever een tijdschrift lezen of serie kijken.

 

6. Moeders met meer dan één kind

Met één kind staat je leven al op z’n kop. Hoe houd je dan alle ballen (partner, werk, familie, vrienden, sporten) in de lucht als je nog meer grut hebt rondlopen? Het is mij een raadsel.

 

Kortom: respect voor alle moeders! (en vaders natuurlijk, want die kampen niet alleen met slapeloze nachten en huiluurtjes, maar ook met onze hormonen. Nu we het er toch over hebben; komt dat ooit nog goed?)

terug

(Zwarte) Piet

Eigenlijk vind ik dat de hele Zwarte Piet-kwestie teveel aandacht krijgt. Toch stond ik vandaag opeens met klotsende oksels te discussiëren op m’n werk over wel of geen Zwarte Piet. Schijnbaar wil ook ik graag mijn zegje doen. Dus bij dezen.

 

Allereerst het volgende; het fenomeen Zwarte Piet heeft mij nooit gekwetst. Evenmin geloof ik dat mensen die een voorstander zijn van Zwarte Piet racistisch zijn. Vind ik dat Zwarte Piet zwart moet blijven? Nee. Dat er heel veel mensen in Nederland zijn die zich wél gediscrimineerd voelen door het zwart geschminkte gezicht van Piet, lijkt mij reden genoeg om de schmink voortaan in de kast te laten liggen.

 

“Ja maar, Zwarte Piet is zwart door de schoorsteen.” Hoewel ik betwijfel of er mensen zijn die écht geloven dat de knecht (hint 1) van Sinterklaas met kroeshaar (hint 2) en grote lippen (hint 3) geen enkele link heeft met de slavernij; daar gaat het eigenlijk niet om. Feit is dat veel mensen zich er niet prettig bij voelen. Punt. Dus – logisch gevolg – er moet iets gebeuren.

 

Nu het goede nieuws; we kunnen het heel simpel – ja zelfs zonder hulp van de VN – oplossen. Ok, hier komt ‘ie: we laten de schmink weg en houden het Sinterklaasfeest verder in stand. “Ja maar hoe moet ome Jan dan voortaan Zwarte Piet spelen, zonder dat ze hem herkennen?” In een tijd waarin we hersentumors kunnen verwijderen en een reis naar de ruimte kunnen maken, lijkt het me dat we daar ook wel een oplossing voor vinden.

 

“Maar het is toch verschrikkelijk om een kinderfeest te verpesten?” Ja, maar dat gebeurt ook niet. Zelf heb ik altijd geweten dat Zwarte Piet geschminkt was en Sinterklaas een man met een opplakbaard. Toch was ook ik door het dolle heen wanneer 5 december in zicht kwam en verheugde ik me op het zetten van mijn schoen, het sinterklaasfeest op school en pakjesavond. Hiermee wil ik zeggen, voor kinderen is een feest niet snel verpest. Wel of geen zwart gezicht zal kinderen een worst wezen. Nee, eigenlijk zijn het vooral volwassenen die het moeilijk vinden om afscheid te nemen van de schminkpartijen. Gelukkig is er nog altijd carnaval. 

terug